home > blog > Bij de psychiater

Bij de psychiater

Na zeven weken in het Klinisch Centrum hebben mijn moeder en ik samen een gesprek met de psychiater. Het is een slanke, modieus geklede vrouw van een jaar of 35, met een rustige vriendelijke stem. Zij legt uit dat er in principe niets mankeert aan mijn moeders hersenen. Er is geen sprake van oudersdomsziekte als dementie of alzheimer, al is in de testsituatie wel gebleken dat de cognitieve functies het minder goed doen onder stress. Haar geheugen lijdt, net als haar stemming en gedrag, onder angstige en onrustige omstandigheden. Het onderzoek heeft verder uitgewezen dat mijn moeders verwarde en heftige gedragingen niet te wijten zijn aan (bijwerkingen van) bepaalde medicijnen. Juist andersom, ze blijkt al sinds de verhuizing naar Het Hof – en wellicht langer? – geen antipsychotische medicijnen meer te hebben geslikt. Dus daar zijn ze nu weer mee begonnen. Sinds een week krijgt mijn moeder risperdal. De dosis zal nog worden verhoogd en de verwachting is dat het nog enige tijd duurt voordat het resultaat stabiel is.

De psychiater diagnosticeert mijn moeder als een vrouw met een schizo-affectieve persoonlijkheidsstoornis. De pool ‘schizo’ staat voor psychotische verschijnselen bij helder bewustzijn (wanen en stemmen die niet voortdurend aanwezig zijn), de ‘affectie’ kant heeft te maken met afhankelijkheid en bevestiging-zoeken. Ook ziet zij een stemmingsstoornis met sterk wisselende stemmingen en vertoont mijn moeder op de afdeling geregeld impulsieve boosheid.

Ze probeert mijn moeder zelf bij de uitleg te betrekken, maar die zit er nogal afwezig bij. dan kiest ze een andere invalshoek. ‘Mevrouw B, weet u hoe lang u bij ons bent?’ De vraag moet herhaald worden zodat mijn moeder zich er op kan concentreren.

‘Martin heeft me gebracht,’ antwoordt ze. ‘Waarom heeft hij u hierheen gebracht?’ Na diep nadenken: ‘Ik kan me hier beter bezighouden.’ ‘Hoe bedoelt u?’ ‘Ik kan hier kleuren, en we gaan naar zingen. Dat deed ik in Het Hof niet.’‘Waar had u last van toen u nog in Het Hof was?’ ‘Ik had pijn in mijn nek.’ ‘Hoe lang bent u al hier?’ Dat weet ze niet. Ook bij hulpvragen – Langer dan een maand? Meer dan twee dagen? – blijft ze het antwoord schuldig. ‘Weet u welke maand het nu is?’ ‘Ik denk dat het meer in de winter is,’ ze klinkt onzeker. In werkelijkheid is het eind augustus, al is er veel regen gevallen de afgelopen weken. De psychiater schakelt over naar een ander onderwerp. ‘Hoe gaat het nu met u? hoe voelt u zich?’ ‘Dat wisselt wel.’ ‘Waar merkt u dat aan?’ ‘De ene keer ben ik meer moe dan de andere.’ Ze licht toe dat ze geholpen moet worden met douchen, ‘dat kan ik echt niet zelf!’

De psychiater wil graag iets horen over het afgelopen weekend, toen er iets heftigs was voorgevallen. ‘Weet u nog wat er in het weekend is gebeurd?’ ‘Ik wilde niet naar muziek. Ik wilde naar de kapper.’ Dat is niet wat de dokter bedoelt. Mijn moeder had een heftige uitbarsting gehad. ‘Ik hoorde dat u een mes wilde hebben om u zelf iets aan te doen?’‘Nou, een més?’ Mijn moeder kijkt bedenkelijk. ‘Dat denk ik niet, hoor.’ De psychiater bevestigt het en vraagt door, maar mijn moeder blijft ontkennen. Ze kan zich blijkbaar – in helder bewustzijn? – niet voorstellen dat ze zoiets zou doen. Als de psychiater vraagt: ‘Wat moet er voor u verbeteren om terug te kunnen naar Het Hof?’ is mijn moeder wel snel en overtuigd van haar antwoord: ‘het tempo van eten is daar te snel. En ik zou pap en ontbijtkoek willen eten, dat hebben ze niet.’ De arts knikt haar vriendelijk toe en geeft het op. Zij wendt zich naar mij: ‘en wat denkt u dat er moet veranderen voordat uw moeder terug kan naar Het Hof?’

Na verloop van tijd krijgt de antipsychotische medicatie het gewenste effect. De impulsieve boosheid en de waanideeën verdwijnen, en mijn moeder wordt wat rustiger. Haar afhankelijke gedrag en het alsmaar zoeken naar aandacht en bevestiging blijven echter bestaan, en het Klinisch Centrum overweegt daarom de opname te verlengen. Gelukkig wordt in overleg met mij en Het Hof besloten dit niet te doen – vanuit onze verwachting dat haar onzekerheid en het bijbehorende claimende gedrag juist worden versterkt door de onrustige leefomgeving met de dementerenden waar mijn moeder zich niet veilig voelt. Bovendien, niet de afhankelijkheid was reden voor een spoedopname, maar de psychotische verschijnselen, en die zijn nu adequaat onderdrukt door de risperdal.

Na vier maanden in het Klinisch centrum gaat mijn moeder weer terug naar haar eigen kamer in het hof.

De blogs van Elzie zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl

 

 

Overige blogberichten