home > boek > De DSM 5 voorbij, Jim van Os

De DSM 5 voorbij, Jim van Os

Stel je eens voor: er bestaat een belangrijk aandachtsgebied waarvan deskundigen wel iets af weten, maar waarbij de wetenschappelijke onderbouwing (nog) te wensen overlaat. Dan kan er (spraak-)verwarring ontstaan. Er zijn te weinig harde feiten voor een standaard benadering en dus zou iedereen met goed fatsoen zijn eigen spoor kunnen volgen. Het aandachtsgebied waar ik op doel is de psychiatrie.

De oplossing voor de dreigende verwarring werd in 1952 gevonden in een wereldwijd gehanteerd diagnostisch handboek: de zogenaamde DSM. Inmiddels, zestig jaar later, hanteert iedere psychiater en GZ-psycholoog dezelfde begrippen en categorieën. Een hele verbetering dus! Maar de DSM is bepaald niet onbesproken. Wie het enorme handboek door bladert zou onder de indruk kunnen komen van de enorme schat aan kennis die achter een zo stellig en uitvoerig diagnostisch systeem schuil moet gaan. Maar precies hier schuilt het addertje onder het gras. De DSM verdient haar bestaansrecht juist aan het gebrek aan kennis en harde feiten. Als die er meer waren, zou er minder verwarring op de loer liggen. Zo bijt de slang in de eigen staart: wat uit gebrek aan harde feiten is ontstaan, oogt na zestig jaar voor de naïeve lezer als een toonbeeld van onbetwijfelbaar inzicht in de psyche van de mens. En helaas niet alleen voor de naïeve lezer, merk ik in de praktijk van mijn werk.

Jim van Os, hoogleraar psychiatrische epidemiologie aan de universiteit van Maastricht, heeft naar aanleiding van de net verschenen vijfde versie van de DSM, een zeer lezenswaardig boek geschreven.

Van Os wil de DSM-5 voorbij en pleit voor een meer persoonlijke diagnostiek. Wat hij zeer helder beschrijft is dat DSM-stoornissen geen dingen zijn die ‘echt’ bestaan, zoals een vergrote lever of een liesbreuk. DSM-stoornissen zijn niet meer dan door deskundigen bedachte verzamelwoorden voor combinaties van verschijnselen. Van Os maakt duidelijk dat de populaire biologische psychiatrie (die onderzoekt hoe DSM-stoornissen gepaard gaan met afwijkingen in de hersenen) tot nu toe niet zo heel veel ‘hards’ heeft opgeleverd.

Daarnaast pleit de auteur, zeer tot mijn genoegen, voor een benadering waarin psychische stoornissen meer worden gezien als algemeen menselijke verschijnselen in min of meer extreme vorm. Zoals een hoge bloeddruk wel ernstig is omdat hij te hoog is, maar niet omdat er sprake is van bloeddruk. Gezonde en ‘gestoorde’ mensen komen psychisch meer met elkaar overeen dan dat ze van elkaar verschillen en allemaal zijn ze even uniek en bijzonder. Dat laatste is een reden te meer om het pleidooi voor een meer ‘persoonlijke diagnostiek’ serieus te nemen. Vier vragen staan daarbij volgens Van Os centraal: Wat is er met je gebeurd? Wat is je kwetsbaarheid en weerbaarheid? Waar wil je naar toe? Wat heb je nodig?

Dat klinkt als een verademing.

Okke Wisse, geestelijk verzorger dr. Henri van der Hoevenkliniek, Utrecht

28 augustus 2014

Diagnosis Uitgevers, € 30,00

ISBN10 9491969005

ISBN13 9789491969003

 

Overige boekbesprekingen