home > boek > De schommel van oma, Marijke Huibers

De schommel van oma, Marijke Huibers

Samen met Robin ontdekken wat een manisch depressieve stoornis is.

Robin, een meisje van 10/11 jaar, houdt veel van haar oma die in een huisje in Robins achtertuin woont. Ze brengt haar iedere dag na school een bezoekje.  De ene keer ontvangt oma haar vrolijk, bakt superlekkere appeltaart en bewondert enthousiast Robins nieuwe danspassen. Wekenlang blijft ze die vrolijke oma. Tot steeds weer de dag komt dat Robin haar in bed aantreft, gordijnen dicht, ogen dicht, niet bereid om op te staan. Ook die periode duurt een hele tijd, meestal  gaat het zes weken op, zes af.  Robin vergelijkt het met het omhoog en omlaag gaan op de schommel, iets wat zijzelf zo graag doet.

Robin voelt dat er iets is met haar oma en legt het voor aan haar moeder. Die neemt  haar vragen serieus. Ze legt uit dat oma een ziekte heeft, al bijna haar hele leven,  een ziekte die je niet echt kunt zien, maar die wel ernstig is: manische depressie, ook wel bipolaire stoornis genoemd. Ze vertelt  dat oma inderdaad in een golfbeweging leeft,  een beetje zoals Robin op haar schommel,  van de up-fase – vrij, verwachtingsvol en  vaak té uitbundig,  in de down-fase waarin ze  alle levenslust verliest. Ze vertelt ook over bijbehorende details,  zoals de medicatie die de pieken moet afzwakken , en het noodzakelijke toezicht van derden, die haar respectievelijk moeten stimuleren en afremmen.

Vanaf dat moment gaat Robin aandachtiger om met haar oma; ze ontwijkt de zieke niet, maar probeert ermee om te gaan. Ze gaat nog verder. Ze vindt dat andere kinderen in haar omgeving  hier ook van  moeten weten en besluit er haar spreekbeurt op school aan te wijden, en wel in gezelschap van oma die daar dan de vragen zal beantwoorden.  Aanvankelijk laat oma zich van haar manische kant zien: ze heeft zich wat al te feestelijk uitgedost voor haar schoolbezoek, en ook zelf een tekst opgesteld die ze voor wil lezen. Gelukkig komt de moeder van Robin tussenbeide en vanaf dan kan Robin met veel zelfvertrouwen op haar spreekbeurt af gaan. De boodschap komt heel goed over, ook door de antwoorden van oma. Die vertelt eerlijk hoe ze tevergeefs worstelt met haar pogingen om ‘beter’ te worden, en belooft zelfs te gaan praten met de ouders van een medeleerling, die durft te bekennen dat er bij hem thuis iets soortgelijks aan de hand is.

Het verhaal is eigenlijk een pleidooi voor openheid. Kinderen moeten niet buitengesloten worden in  situaties als deze.  Robin wordt voor vol aangezien waardoor haar relatie met haar oma zich kan verdiepen in plaats van dat er angst en verwijdering ontstaan. Als ze af en toe al weerstand voelt of op vragen stuit, helpt ze zichzelf daar doorheen.  Dit betekent een wereld van verschil voor zowel  het kind als voor de patiënt.

Het boekje is bruikbaar als hulpmiddel in praatgroepen of onder vier ogen,  hoewel misschien een tikje simplistisch van inhoud. De veilige afstand die een oma en een kleinkind scheidt, maakt het mogelijk om vanuit een zekere verte kennis te maken met de ziekte.  Dat er soms meer bij komt kijken, komt niet ter sprake. Misschien hoeft dat ook niet als eerste aanzet tot uitleg.

Het verhaal is met zorg geschreven. Het is ook gevat in een mooie vormgeving en liefdevol geïllustreerd.  

Carli Biessels, Augustus 2015 

Vormgeving:  Het Nieuwe Land.  Illustraties:  Djenné Fila
Uitgave in eigen beheer. ISBN 978-90-9028959-5.

Het boekje kost €12,- en is hier te bestellen.

 

 

Overige boekbesprekingen