home > blog > Susan

Susan

Een moeder over zorgen en mijden

Susans zoon Alexander is 25 jaar. Na een gedwongen opname in augustus 2008, woont hij sinds november van dat jaar in een psychiatrische voorziening.

Pushende moeder

Kunnen omgaan met het gegeven dat er meer aan de hand is dan een uit de hand gelopen puberprobleem, kan lang duren. Ik maakte me al geruime tijd zorgen over Alexanders gebrek aan aansluiting bij leeftijdgenoten. In 1999 toen hij in de derde klas van het VWO zat (hij doubleerde die), begon hij vuurtjes te stoken op het balkon voor zijn kamer. Ik schrok me rot, dacht dat er brand was. Hij blowde, en meer dan wij in de gaten hadden. Een schoolfeest in datzelfde jaar eindigde in een staat van totale dronkenschap. Een vriendje belde ons midden in de nacht om te zeggen dat Alexander dronken op straat lag. Ik haalde hem op en tot diep in de middag sliep hij zijn roes uit. Van het ene op het andere moment wilde hij niet meer met zijn jongere zusje en haar vriendinnetjes op straat spelen en dollen. ‘Niemand van mijn leeftijd doet dat’. Het mocht niet meer. Sindsdien is hij het contact met zijn zus steeds meer uit de weg gegaan.

Toen we op zoek gingen naar hulp, verwees de huisarts ons naar een systeemtherapeut om de stagnerende communicatie vlot te trekken. Alexander hoopte vurig dat wij als ouders van de therapie zouden leren beter met hem om te gaan. Ik hoopte vurig dat de therapeut zou zien dat er meer aan de hand was met Alexander. De therapie was geen succes. Maar achteraf bezien, hadden we beiden gelijk.

De eerste jaren dat ik me zorgen maakte, was ik vooral druk doende hem ‘bij de les te houden’. Ik was een ‘pushende’ moeder die niets liever wilde dan haar zoon gelukkig te zien. Hij moest naar school gaan in plaats van spijbelen, zijn boeken regelen voor het nieuwe schooljaar, de band van zijn fiets plakken. Nadat hij van school gestuurd was, vond ik dat hij voor een maaltijd moest zorgen, zijn eigen was doen, de lege flessen naar de glasbak brengen.

Hoewel de signalen duidelijk waren, wilde ik er niet aan dat hij al lang linksaf was geslagen. Hij ‘loog’ veel en ik probeerde de waarheid boven tafel te peuteren. Ik schrijf ‘loog’ het tussen aanhalingstekens; toen ik in een gesprek hierover zei: ‘Volgens mij lieg jij niet voor je lol’, was hij erg opgelucht. Blij dat ik zag dat hij niet loog om mij of anderen om de tuin te leiden.

Iedere keer dat iets wel lukte, vlamde in mij de hoop op een ‘normale’ ontwikkeling weer op. Alleen als ik pas op de plaats maakte en in mijn dagboek schreef kon ik zien dat het onvermogen was en dat al dat goedbedoelde pushen niets hielp, dat het Alexander steeds maar weer confronteerde met wat hij nou net allemaal niet kon of opbracht. Dat ik hem ‘gevangen hield in moederliefde’.

Ons contact werd steeds moeizamer, totdat hij bijna niet meer sprak en zich meer en meer terugtrok in zijn eigen wereld, urenlang achter de PC zat en alleen nog eenlettergrepige antwoorden gaf. Wanhoop en machteloosheid grepen me bij tijd en wijle naar de keel. Maar ik bleef tegen hem praten, hem goedemorgen en welterusten wensen, dag zeggen bij het weggaan en terugkomen, vertellen wat ik van plan was, wat ik had gedaan. Het pushen verleerde ik, het accepteren was begonnen.

5 december 2013

 

 

 

 

 

 

 

Overige blogberichten