home > blog > Elzie: Help!

Elzie: Help!

Twee maanden na de crematie van Marja. Op een winterse, grijze middag om een uur of vier gaat de telefoon. Ze klinkt ver en vaag. ‘Ja, ikke… het gaat niet goed. Ik eh…’ haar stem dooft uit. Ik schrik. Ik weet niet wat ze van me wil, ik weet niet hoe ik haar moet inschatten. slik de schrik weg. rustig aan, vriendelijk en kalm praten.

‘Mam, wat bedoel je ‘het gaat niet goed’? Wat is er dan?’ ‘nou…’ er valt een stilte, ‘Ik voel me niet goed. Ik ben bang…’ Ik hoor haar ademen, maar ze zwijgt weer. ‘Waar ben je bang van?’ Ze zucht, slikt. Geen antwoord. ‘Mam, waaróm ben je bang? Heeft het iets met Marja te maken?’ Mijn moeder weet niet wat ze met haar verdriet aanmoet. Ze heeft vreemd genoeg het idee dat het niet goed is dat ze nog steeds alsmaar aan de dood van Marja moet denken, alsof ze er na twee maanden al overheen zou moeten zijn. ‘Ja, nee, ik weet niet, maar ik voel me niet goed. Ik ben zo bang dat ik iets raars ga doen.’ ‘Wat bedoel je precies: iets raars?’ Ik stel de vraag neutraal maar mijn buik weet al waar dit heengaat. Ineens een gapend gat, alsof heel even de grond onder me verdwijnt. ‘Nou ik wilde eh…, ik wilde vanmiddag met de bus naar zee, en dan…’ ze maakt de zin niet af. ‘Elzie, het gaat niet goed hoor, het gaat echt niet goed!’ Ze begint sneller en duidelijker te praten, er klinkt paniek in haar stem, haar angst tastbaar.

Ik weet nu waar ze aan denkt. Ze wil naar zee om zichzelf te verdrinken. Ze kan niet zwemmen en heeft 30 jaar terug al eens bedacht dat dit een effectieve manier is om eruit te stappen. maar blijkbaar wil ze het niet echt, want ze belt me op en vraagt om hulp! Wat eigenlijk heel bijzonder is; dat heeft ze in haar lange psychiatrische verleden nooit eerder gedaan. Ik woon echter te ver weg om binnen een half uur bij haar op de stoep te staan en hier is haast geboden, dat voel ik wel.

‘Heb je al met iemand in Vrederust gepraat?’ Ze woont in een aanleunwoning bij een groot verzorgingshuis, waar ze mee-eet en koffie drinkt, waar de verzorgsters haar kennen en een oogje op haar houden. ‘Nee,’ klinkt het hopeloos en hulpeloos. Ik begrijp dat ze niet zelf in actie gaat komen. ‘Ben je bang om alleen te blijven?’ ‘Ja, het gaat niet zo, hoor. Ik voel me niet goed, Elzie, echt niet!’ ‘Nee mam, ik hoor het, ik begrijp het. Wil je met de psychiater praten? Misschien kun je opgenomen worden, zou je dat willen?’ ‘Ja, dat is misschien wel beter… Ik ben zo bang,’ ze klinkt als een klein zwak vogeltje. ‘Okee mam, luister. Ik ga de verzorging in vrederust bellen. Ik vraag of er iemand naar je toe komt om met je te praten en een kopje thee met je te drinken. en ik ga de psychiater bellen om te vragen of hij een opname wil regelen. als ik hem gesproken heb, bel ik je nog terug. Okee? We gaan je helpen, ja?! En ik vind het hartstikke goed dat je zelf aan de bel trekt.’

De volgende dag om 13 uur voeren we samen een gesprek met de psychiater. Ik heb haar nog nooit zo uitgesproken duidelijk gezien als toen: ‘U moet me helpen, dokter. Ik wil naar Marja toe!!’ Nog een dag later is ze opgenomen, veilig op een gesloten afdeling. Binnen de beslotenheid van de opname-afdeling komt mijn moeder snel tot rust. haar medicatie wordt aangepast, en nu ze niet meer alleen is verdwijnt de angst dat ze zichzelf iets aan zou doen. na tien dagen krijgt ze toestemming om naar buiten te gaan, om op het terrein van het psychiatrisch centrum te wandelen. Het is een uitgestrekt park met oude bomen, grasvelden en bloemenperkjes, wandelpaadjes en een kinderboerderij. een groot aantal paviljoens ligt verspreid over het terrein.

De eerste keer dat ze uit wandelen gaat, kan ze de weg terug niet goed vinden. Enigszins paniekerig weigert ze voortaan om er alleen op uit te gaan. (Later zal ik dit zien als een van de eerste signalen waarmee duidelijk wordt dat ze haar zelfstandigheid opgeeft – alsof ze letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is en de kracht niet meer opbrengt om hem opnieuw te zoeken.) Aanvankelijk lijkt haar afhankelijkheid en hulpeloosheid logisch verbonden met het verlies van haar dochter en is de verwachting dat ze na verloop van tijd weer kan opkrabbelen. Maar niet van vandaag op morgen.

Na enkele maanden op de gesloten afdeling wordt ze overgeplaatst naar een van de behandelafdelingen, waar na uitgebreid onderzoek aan ‘resocialisatie’ zal worden gewerkt. Mijn moeder verblijft hier bijna anderhalf jaar.

De blogs van Elzie zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl

 

 

 

Overige blogberichten