home > blog > Geef je ouders maar de schuld!

Geef je ouders maar de schuld!

Ooit probeerde ik indruk te maken op een jonge man. Ik vond hem mysterieus en wijs en hij vroeg mij waarmee ik me zoal bezighield in het leven. We stonden samen de afwas te doen na een etentje bij een wederzijdse vriendin en voor ik het wist, liep ik leeg over mijn ouders. Hoe verkeerd die alles gedaan hadden. Hoe abnormaal mijn gezin van herkomst was. Wat een afknapper was zijn commentaar! ‘Oh, ben jij dáár nog. Geef je ouders maar de schuld!’

Je begrijpt, het is nooit wat geworden met de mysterieuze jongen. Hij snapte er niks van, mijn ouders waren immers hartstikke schuldig, aan gekte namelijk. Natuurlijk was ik ‘dáár nog’, ik was 21 en ik had knap veel last van mijn achtergrond. Hij was 30, hij had wel wat meer mededogen aan de dag mogen leggen.

Geef je ouders maar de schuld is een belangrijke fase in je leven. Om de balans van je jeugd op te maken is het essentieel dat je de invloed van alle partijen daarop onderzoekt. Mijn moeder heeft dit voor me betekend, mijn vader dat. Mijn oma zus en mijn broers zo. Hetzelfde geldt voor gebeurtenissen die van belang zijn geweest. Je jeugd is je blauwdruk, de wortels en stam waarop jouw persoonlijke boom moet groeien. Je moet ze kennen om erop te kunnen bouwen, juist als er veel is misgegaan. En bij het opmaken van die balans hoort ook boosheid. Je was immers nog maar een kind, machteloos en afhankelijk.
Het gaat mis als je in die boosheid blijft hangen. Als de mysterieuze man deze opmerking tien jaar later tegen mij had gemaakt, had hij een punt gehad.

Want ik zou het beter doen dan mijn ouders, natuurlijk. Ik zou eerst in therapie gaan en alles verwerken. Pas als ik helemaal klaar was, zou ik aan kinderen beginnen. Wat ik heb meegemaakt, mag je een kind niet aandoen, dat vond ik misdadig.
Zo gedacht, zo gedaan. Ik heb jaren aan mezelf gewerkt, net zo lang tot ik in staat was om een gelijkwaardige relatie aan te gaan. En er kwam een kind, een lief klein afhankelijk jongetje, een emotionele spiegel. Iedere fase van zijn opgroeien confronteerde mij met mezelf, met wat ik gemist heb, met waar ik een teveel aan ontvangen heb toen ik in diezelfde fase was. En ik deed het omgekeerde. Waar mijn vader nerveus en streng was, was ik ontspannen en toegeeflijk. Waar ik zelf verwaarloosd ben door mijn moeder, had ik alle aandacht voor mijn zoon. Toch was hij, behalve slim, sterk en grappig, een angstig kind, net als ikzelf. En toen hij twaalf was, kreeg hij een depressie.

Wat een wroeging voelde ik! In mijn overtuiging dat ouders almachtig zijn, dacht ik dat ik mijn kind kapotgemaakt had. Zijn depressie was mijn schuld. Als ik me daarin had laten vallen, in die wroeging, – en het trok! – had ons leven er nu heel anders uitgezien. Gelukkig heb ik dat niet gedaan. Ik heb ons laten helpen. We hebben de nodige structuur aangebracht en een andere school gezocht voor mijn zoon, die daarmee rap uit zijn depressie kwam en met wie het inmiddels (hij is bijna 16) heel goed gaat. En ik heb – eindelijk – mijn strenge oordeel over (mijn) ouders losgelaten. Dat strenge oordeel, dat eigenlijk gewoon mijn kinderlijke pijn was.

Inmiddels kan ik zien dat we allemaal onderdeel zijn van een familiesysteem. In mijn familie zit schizofrenie, depressie en angst. Zoals ik kind ben van mijn ouders, en goede dingen én beschadigingen aan hen heb opgelopen, hebben zij dat op hun beurt ook aan hun ouders. En mijn kind aan mij en mijn ex. Het is de kringloop van het leven, je ontkomt er eenvoudig niet aan.

Zeg ik daarmee dat kinderen van KOPP/KVO gedoemd zijn om zelf ook psychische problemen te ontwikkelen? Nee, niet per se. Al komt het veel voor, zelfs als de KOPP-ouders de beste bedoelingen hebben en er veel energie insteken om herhaling te voorkomen. Het ligt niet in onze macht om er niets van door te geven aan onze kinderen. Maar het is wel mogelijk om er zoveel mogelijk aan te doen om dat te voorkomen. Daarvoor is het nodig dat je erkent dat het risico er is.

Omdat ik het gegeven dat ook ík tot zo’n familiesysteem behoor niet kon en wilde accepteren, bleef ik boos op mijn ouders. Dat betekende dat ik niet hoefde te rouwen – wie boos blijft, gaat de rouw uit de weg. Door het niet te erkennen en te blijven geloven dat ik almachtig was en het zelf wél perfect zou doen als ouder, heb ik het leed voor mijn zoon eerder vergroot dan verkleind.

Ook dáár kan ik inmiddels met mededogen naar kijken. De angst en het oordeel waren zo groot. De pijn die eronder ligt is zo groot. Ik had het niet eerder gekund. Mijn rouw op dit gebied kon ik pas nemen toen ik met mijn rug tegen de muur stond.

Je ouders de schuld geven, dat moet je een poosje doen. Dat is heel functioneel. En op een dag maak je de balans op. Dit wil ik houden, dat wil ik kwijt. Je bent volwassen, je kunt op je eigen manier omgaan met de erfenis die je hebt gekregen uit je verleden. Niet wát je hebt meegekregen is wat telt, maar hoe je je ertoe verhoudt.

Kassandra Godijn
Kassandra was acht jaar lang medewerker bij Labyrint-In Perspectief en heeft haar eigen coachingpraktijk voor volwassen
KOPP.

13-4-2017

 

 

Overige blogberichten