home > boek > Het zusje van de bruid. Relaas van een onmogelijke liefde.

Het zusje van de bruid. Relaas van een onmogelijke liefde.

Hopeloos houden van een borderliner

In september 2001 is Joris van Casteren een jonge journalist die er verschillende vrouwen tegelijk op na houdt en af en toe speed gebruikt. Op een bruiloftsfeest valt hij als een blok voor de ‘wonderschone’ Luna, en kiest ondanks waarschuwingen van bekenden onmiddellijk en volledig voor haar.

Zij loopt in een dun glitterjurkje op hoge hakken wankelend in het donker in de regen langs de snelweg, drinkt in hoog tempo grote hoeveelheden witbier met jenever, legt vergezochte verbanden tussen het gedicht ‘the Waste Land’ van T.S.Eliot en Bin Laden in Afghanistan – gedrag dat de meeste mensen bezorgd zou doen terugschrikken, maar Joris voelt zich hierdoor juist sterk aangetrokken. Op hun eerste avond samen snuiven ze een lijntje en sluiten een pact. ‘Met jou kan ik mijn leven op orde krijgen,’ zei ze. ‘Beloof me dat je altijd bij me blijft.’ Waarop hij instemt: ‘Wij zijn bondgenoten. Niemand kan ons ooit nog uit elkaar halen.’

Vervolgens ontvouwt zich een verhaal waarin mateloos drank- en drugsgebruik wordt afgewisseld met de journalistieke opdrachten waar Joris aan werkt en zijn hulp aan Luna die probeert als kunstenaar en als docente Grieks te functioneren. Terwijl het hem lukt om nuchter genoeg te blijven voor het werkende leven, gaat zij keer op keer ten onder aan de aantrekkingskracht van de roes. Op heldere momenten beseft ze haar psychische problematiek, vertelt aan een hulpverlener dat ze een persoonlijkheidsstoornis heeft, en een eetstoornis, en overmatig drank- en drugsgebruik. Ze gaan van crisis naar crisis, maar Joris blijft aan haar verslingerd. Luna’s ouders zijn belangrijke bijfiguren in het boek, evenals haar (schizofrene) broer.

Van Casteren schrijft precies op wat hij ziet en hoort. Het verhaal trekt levendig als een film aan je voorbij. Een film over het onberekenbare, chaotische leven met borderline, over de steeds terugkerende worsteling met verslavingsgevoeligheid, over de pieken en dalen van deze ‘onmogelijke liefde’. Een relaas dat behalve medeleven ook irritatie oproept. Ik stoor me aan het gebrek aan reflectie op zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Van Casteren heeft op basis van zijn dagboeken van 2001 – 2003 een smeuïg ‘en toen en toen’ verhaal geschreven zonder zichzelf kritisch te bevragen. In het begin van de relatie logisch, hij weet niet wat er loos is met Luna, weet niet van borderline, staat niet stil bij haar onvermogen met verslaving om te gaan. Later heeft hij kennis en praktijkervaring. En toch, hij trekt geen duidelijke grenzen, hij blijft soms samen met haar drugs gebruiken, houdt vast aan vertrouwen terwijl hij beter weet, wil haar niet pushen om medicijnen in te nemen, hij belt zelfs niet naar 112 als hij haar na een zelfmoordpoging vindt maar blijft urenlang naast haar zitten luisteren of ze nog ademt. Het is alsof hij geen moment heeft begrepen wat de ziekte borderline eigenlijk voor Luna betekent.

 De relatie is al jaren over als hij dit boek schrijft met de bedoeling haar nu ook echt los te laten. Een verwerking en een afscheid. Hij blijft echter ondanks alles vasthouden aan het romantische beeld van wat in zijn ogen de ‘oorspronkelijke lieve Luna’ is, het beeld van de vrouw voor wie hij gevallen is. Hij kan niet geloven dat zij niet (meer) zou bestaan, en is niet bereid om de harde realiteit te accepteren waarin de ziekte Luna te gronde richt. Het boek eindigt: ‘Je moet het zelf weten, Luna, ‘schrijf ik op mijn computer. ‘Als jij het zo wilt, prima. Maar op een dag sta ik aan je graf en huil om alles.’

Hij zal vast echte tranen huilen, maar Joris van Casteren heeft niets geleerd – Luna weet het niet ‘zelf’ en van ‘willen’ is al helemaal geen sprake.

(Leonie Zwetsloot)

Joris van Casteren,

Het zusje van de bruid. Relaas van een onmogelijke liefde.

Uitgeverij Prometheus

ISBN 978 -90-446-1759-7,  € 18,95

 

 

Overige boekbesprekingen