home > blog > Elzie: Iets heel naars

Elzie: Iets heel naars

Een uur geleden heb ik het vreselijke nieuws gehoord. nu zit ik in de auto, onderweg naar de grote stad. J. rijdt. Ze rijdt heel hard. Ik moet mijn moeder bellen. voor het eerst in mijn leven dank ik de uitvinder van de mobiele telefoon, al haat ik het idee dat je altijd en overal bereikbaar zou moeten zijn. Maar hoe ga ik het vertellen? Welke woorden zijn hier op hun plaats? De opgave dit onmogelijke bericht door te moeten geven. Per telefoon! Toch twijfel ik er niet aan dat ik dit moet doen. Ik. Nu.

De telefoon gaat over. Aan de andere kant wordt opgenomen. ‘Goedemiddag. Zorgcentrum vrederust. U spreekt met de receptie.’ Ik leg kort uit wat er aan de hand is en er wordt snel en adequaat gereageerd. Even later heb ik N. aan de lijn, die mijn moeder goed kent. Nog iets later heeft N. mijn moeder uit haar aanleunwoning opgehaald, heeft haar de telefoon gegeven en staat naast haar terwijl ik mijn moeders leven overhoop gooi: ‘Mam, met Elzie. Ik moet je iets heel naars vertellen: Marja is dood.’

‘Hè??’ een piepende hoge uithaal, het begin van paniek. Ik herhaal het korte zinnetje – rustig, beheerst, mezelf in toom houdend. ‘Marja is dood,’ alsof het elke keer méér waar wordt. ‘Nee!’ een rauwe kreet, ruw, hard, ongepolijst. Nog een keer. ‘Nee,’ zachter, smekend bijna. Ze begint te snikken.

Ik hoor dat N. haar vasthoudt, haar laat huilen, sussende geluidjes maakt. Ik realiseer me ineens dat ik blij ben dat ik haar hoor huilen. Blijkbaar was ik banger voor haar zwijgen of dichtklappen dan voor haar tranen. Beter dat er iets naar buiten komt dan dat er een onpeilbare stilte intreedt. en dit lijkt eigenlijk verdomd veel op een reactie die je van een gewone, geestelijk gezonde ouder zou kunnen verwachten. Mijn eigen kalmte en bijna afstandelijke zelfbeheersing bij dit onverwachte drama zijn eerder vreemd en afwijkend dan mijn moeders wanhopige tranen.

Diezelfde middag zijn we bij elkaar in Marja’s kleine eenpersoonsflat en overleggen met de begrafenisondernemer. Mijn moeder zit er zwijgend bij, stijfjes op een rechte stoel, haar handen in haar schoot gevouwen. Ze staart voor zich uit, maakt geen contact, lijkt niet te horen wat haar gevraagd wordt. Van de aanvankelijke emotie is niets meer te merken. compleet dichtgeklapt is ze. Dringt wel tot haar door wat we bespreken, of gaat alles langs haar heen? Is het eigenlijk wel ‘goed’ voor haar om hierbij te zijn? Hier, op de plek waar haar dochter is overleden? Waar we zojuist hebben gezien dat de ambulancebroeders haar lichaam kwamen halen om naar het rouwcentrum over te brengen? Ik vind in principe dat mijn moeder niet afgezonderd of ‘beschermd’ moet worden bij zware en verdrietige gebeurtenissen. Als je haar weghoudt of apart zou zetten neem je haar als mens niet serieus. Tenminste, zo voelt dat voor mij. het lastige is dat je nooit zeker weet waar je goed aan doet bij iemand als mijn moeder, die zelf niet duidelijk kan aangeven wat voor haar het beste is.

Er is zoveel te regelen en beslissen dat ik mijn stille moeder bijna vergeet. We praten over begraven of cremeren, over rouwkaarten en een kist, over al of niet een kerkdienst houden. omdat mijn zus weinig met ons omging is het niet eenvoudig om keuzes te maken. We vragen ons af hoe zij het zou hebben gewild, wat bij haar past, maar ook welke wensen wijzelf voor het afscheid hebben. Als we bijna rond zijn vraag ik mijn moeder of zij nog iets wil inbrengen. Na twee keer vragen, een schichtige blik en een korte aarzeling komt ze met een duidelijk verzoek: ze wil ‘In paradisum’ horen, het uitvaartlied waarmee een klassieke katholieke rouwdienst wordt beëindigd. Het is haar enige bijdrage vanmiddag, maar een heel waardevolle. en gelukkig, ze is er toch een beetje ‘bij’.

De blogs van Elzie zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl

Overige blogberichten