home > Informatie > Voor grootouder van

Voor grootouder van

Vaak heb je het al van verre zien aankomen. Je kind heeft psychische problemen of heeft een relatie met iemand met psychische problemen. En dan komt er een kind. Je wordt van ouder van ineens grootouder van. Of misschien begonnen de problemen pas later, bijvoorbeeld toen er al kinderen waren. Ook dan ben je grootouder van, maar dan zonder dat je eerst hebt kunnen wennen aan het ouder van zijn, en alle dilemma’s die dat met zich meebrengt.

Een kleinkind, veertig jaar na dato:

Mijn grootmoeder is de bodem van mijn bestaan. Als zij er niet was geweest, weet ik niet wat er van mij geworden was. Alhoewel zij ver weg woonde, kwam ze ieder weekend orde op zaken stellen in ons huishouden. Iedere zondagavond nam ze één van ons peuters voor een week mee naar huis. Zodat we weer even op adem konden komen. Haar liefde was tastbaar voor mij en als zodanig van levensbelang.

Bij slecht contact

Je ziet als grootouder dat het misgaat in het gezin van je kind. Eén van de ouders, of beiden, heeft psychische problemen en de kinderen lijden daaronder. Het lukt je niet of nauwelijks om jouw zorgen bespreekbaar te maken. Er is helemaal geen contact, of je (schoon)zoon of -dochter wil er niets van weten. Wat zul je moeten accepteren en loslaten? Waar moet je ingrijpen? Waar kun je, door zorgvuldig te communiceren, iets winnen? Omdat je zo emotioneel betrokken bent, is het vaak moeilijk om hiertussen onderscheid te maken. Contact met lotgenoten kan je hierbij helpen.

Een opa:
We maken ons grote zorgen. Onze dochter gebruikt de kinderen als chantagemiddel. Als wij niet doen wat zij wil, mogen we ze niet zien. Er zijn al regelmatig periodes van geen contact geweest. Op dit moment hebben we de kleinkinderen bijna een jaar niet gezien. Het is om razend van te worden. En die arme kinderen! Het doet ons zoveel pijn.

Bij matig contact

Je emotionele betrokkenheid is tegelijk je kracht. Jij kent het gezin en je hebt het beste met hen voor. In de communicatie met je (schoon) zoon of –dochter is er vaak veel te winnen. Je kunt leren om je niet te laten manipuleren. Of om je hulp aan te bieden in een vorm die wél kan worden geaccepteerd. Gemakkelijk is het niet, het is soms spitsroeden lopen om de verhoudingen werkbaar te houden. Zeker als je ook betrokken bent bij hulpverleningscontacten. En in al die dynamiek heb je ook nog je eigen emoties om serieus te nemen. Dat is je basis. Alleen als je zelf in balans bent, kun je langdurig iets voor je omgeving betekenen.

Een oma:

Mijn dochter belt ’s ochtends als het mis is. Dan breng ik de kinderen naar school. Vroeger ging ik dan ook uren met mijn dochter praten, maar dat doe ik niet meer. Sinds ik haar meer zelf laat uitzoeken, maar wel heel duidelijk maak wat ik wél voor haar doe, is zij veel vooruitgegaan. Ook de kinderen varen daar wel bij.

Bij goed contact

Vanuit de grootouderpositie kun je vaak goed zien hoe het met het gezin en het kind of de kinderen gaat. Jij kent de betrokkenen goed. Van daaruit kun je veel voor je kleinkind(eren) betekenen. En soms is het juist de kunst om wat meer afstand te nemen. Om te weten wat nodig is, moet je zelf goed in evenwicht zijn. In de ideale situatie maak je duidelijke afspraken over welke hulp je wel en niet biedt. Zodat alle betrokkenen weten waar ze aan toe zijn. Ook als er contacten zijn met Jeugdzorg, is dit een goede manier. Het is erg belangrijk dat je hierin binnen je eigen mogelijkheden blijft. Ga regelmatig bij jezelf te rade: hoe gaat het met mij? Trek ik het nog?

Een oma:

Jeugdzorg behandelt ons als volwaardige partner. Dat hebben we wel afgedwongen, hoor. Door stevig op onze standpunten te blijven staan als dat nodig was. Maar we moesten ook reëel blijven natuurlijk. Onze kleinzoon moest echt uit huis geplaatst worden. Wij hebben meegewerkt en meegedacht en zoveel mogelijk de zorg op ons genomen in de overgangsfase. Nu hebben we gelukkig een goede omgangsregeling.