home > blog > Kleren kopen

Kleren kopen

Haar uitstraling is vandaag heel dof. Ze loopt extra traag, sleept met haar schoenen, buigt steeds meer voorover. En we zouden eigenlijk kleren gaan kopen vanmiddag. Ik twijfel even of het een goed plan is, maar bedenk ook dat een uitje haar vaak goed doet. Ze blijft heel onduidelijk als ik haar vraag of ze wel zin heeft. ‘Dn moet ik geld hebben. Is er wel geld? Heb je geld meegenomen?’ Ik zeg haar dat ik ga pinnen. Glazige blik. Ze snapt niet dat je ‘met pin’ kunt betalen. ‘Gaan we met de tram?’ De straat is opgebroken, dus we moeten een stukje lopen, leg ik uit. Dat ziet ze niet zitten. Ik verzin ter plekke dat we voor de terugweg een taxi kunnen nemen, als ze moe is. Als ik dan ook nog ‘de uitverkoop’ in stelling breng, wil ze wel mee – in kwesties waar geld te besparen valt, laat ze zich snel verleiden.

We lopen in oude-mensentempo naar de damesmodewinkel in de buurt. De winkel waar aardige dames op leeftijd werken, die nog een ouderwets gevoel voor service tonen. De winkel waar ze broeken met elastiek in de taille verkopen én allerlei bovenkleding om ermee te combineren. Mijn moeder houdt van ‘stelletjes’ – die ene broek met een bepaald bloesje erop.

We beginnen bij het rek met pantalons met elastiek. maat 42 of 44? Ik haal er een mooie lichtbruine kleur uit: ‘Vind je deze kleur mooi?’ Ze aarzelt. voelt aan de zachte stof. ‘Is dat suède?’‘Nee, dat lijkt zo. het is gewone stof, maar wel heerlijk zacht.’ Ze kijkt naar de broek alsof ze me niet gelooft, onzeker. de verkoopster komt aanlopen: ‘Kunt u het vinden? Welke maat heeft u?’ Mijn moeder lijkt blij dat de verkoopster het roer in handen neemt. ‘Ik wil een setje,’ zegt ze en kijkt de vrouw verwachtingsvol aan. ‘Wilt u een broek met een blouse? Iets met korte mouwen?’‘Maar het is al augustus.’

Mijn moeder meent dat je in augustus geen zomerkleren meer moet kopen, ook al is het nog volop zomerweer. De verkoopster is flexibel. ‘Dan zoek ik een truitje voor u. Een dunne trui met lange mouwen. Kijk eens, hier heb ik een heel mooie kleur lichtgroen.’ Ze brengt een truitje met een polokraagje. Terwijl ik nog bij de broeken kijk loopt mijn moeder naar de hoek met de paskamers. De verkoopster glimlacht naar me en zegt: ‘Kijk, ze heeft er genoeg van.’ Waarschijnlijk denkt ze dat mijn moeder een beetje dement is. Het maakt niet uit. Ik ben blij dat ze aardig en respectvol doet. Als de verkoopster richting paskamers gaat, zoek ik nog een paar bloesjes die in de uitverkoop zijn om aan mijn moeder voor te leggen.

Mijn moeder is zich uiterst traag aan het omkleden. Als ze haar lange broek over haar voeten heen uittrekt, schieten de sokvoetjes los en die probeert ze steeds weer aan te doen. Knoopjes dichtmaken met stijve vingers duurt eindeloos, en haar schouders en bovenrug zijn zo gekromd dat ze de achterkant van haar trui niet recht omlaag getrokken krijgt. Ik help haar een beetje. Als ze de zachte broek met het lichtgroene truitje aanheeft, zet ze haar bril weer op en staart in de spiegel, haar gezicht blanco. Geen idee wat ze ziet, wat ze ervan vindt. Ik zeg dat ik het mooi vind staan – leuke kleur trui, doet fris aan. ‘Ja,’ zegt ze vlak. ‘Zit het lekker?’ vraag ik. ‘Ja, het past wel.’ Ze wacht.

Ik doe het gordijn van de paskamer open om meer licht binnen te laten. De verkoopster komt snel aangelopen. ‘En? Wat vindt u ervan?’ mijn moeder kijkt haar hoopvol aan: ‘het past wel,’ zegt ze vragend. ‘Het staat u goed, hoor. U kunt het hebben, deze kleur. mooi truitje, vindt u niet?’ Mijn moeder leeft op: ‘Ja, en de mouwen zijn goed. Ik heb van die lange armen.’ Maar de broek is te lang,’ zegt de verkoopster, ‘daar kunnen we wat aan doen, hoor. Maar ik kan ook een maatje kleiner pakken, dan proberen we die eerst.’ Ik begrijp ineens dat mijn moeder het oordeel van de verkoopster nodig heeft als dat van een betrouwbare deskundige, en dat ze daarin niet op mij durft af te gaan. niet zo vreemd omdat ik een heel andere stijl van kleding draag, van andere kleuren houd, een totaal andere smaak heb. Toch haal ik kleding uit de rekken die mijn moeder mooi zou kunnen vinden – een bepaald kraagje, een bepaalde kleur, een bepaald dessin. Ik doe mijn best om van haar voorkeuren uit te gaan, maar mijn moeders twijfel verdwijnt pas als de verkoopster haar waardering laat blijken.

Het groene truitje wordt goedgekeurd. dan helpt de verkoopster mijn moeder verder met aan- en uitkleden. De kleinere maat broek wordt gepast, en te klein bevonden. De bloesjes worden aangetrokken, en de verkoopster doet de knoopjes. Mijn moeder staat stil, is als een kind zo blij dat ze verwend wordt en het niet zelf hoeft te doen. Ze kiest twee bloesjes die we voor de prijs van een kunnen kopen. De eerste broek gaat nog een keer aan en wordt op de juiste lengte afgespeld. Dat duurt zeker vijf minuten. Al die tijd kijkt mijn moeder onafgebroken naar zichzelf in de spiegel, zonder een spiertje in haar gezicht te vertrekken. Dan heeft ze ineens een heldere ingeving: ‘Hebt u ook nog een vestje? Een neutraal vestje? ‘Dat heb ik niet.’ Een mooi zandkleurig vest is snel gevonden.

Na deze geslaagde actie krijgen we een kopje thee met kletskoppen aangeboden – passend ouderwets lekkere koekjes in deze winkel! – en belt de vriendelijke verkoopster een taxi. Want terug naar Het Hof lopen? Nee!

De blogs van Elzie zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl

 

 

Overige blogberichten