home > blog > Muziek

Muziek

Wanneer ik op een woensdagmiddag op bezoek kom, is huiskamer A1 ongewoon leeg en blinkend schoon. De enige aanwezige is een verzorgende die in de keukenhoek druk in de weer is met kopjes en glazen. Ik ben gewend mijn moeder op haar vaste stoel aan te treffen, waar ze de dag doorbrengt met het volgen van de verstreken tijd: elke vijf minuten kijkt ze op haar horloge en checkt of het al tijd is voor koffie, lunch, thee, of avondeten. soms ligt er een margriet op tafel of een streekroman met grote letters, maar lezen doet ze niet. omdat dit een verblijfsafdeling is, worden de bewoners niet behandeld en dus ook niet verplicht om een activiteitenprogramma te volgen. Ik vind het jammer dat mijn moeder ook niet gestimuleerd wordt.

Uit zichzelf onderneemt ze weinig tot niets. Het is dan ook een leuke verrassing als de verzorgende mij vertelt dat mevrouw naar de andere huiskamer is om muziek te luisteren. Vroeger was mijn moeder gek op muziek, vooral op zingen in het kerkkoor, het was een van de weinige dingen waar ze zichtbaar van kon genieten. Hoopvol loop ik naar de andere huiskamer. In een hoek van de kamer staat een groot televisietoestel. In de zithoek zijn acht comfortabele, met groen skai beklede stoelen gerangschikt rond een lage salontafel. Drie bewoners zitten er, hun blik gericht op de tv, waar juist de begintitels van een film over het beeld schuiven. Een van de drie is mijn moeder. Ik zeg haar gedag. als zij geen aanstalten maakt om op te staan, neem ik de lege stoel naast haar. Naast de tv zit een mij onbekende man met de doos van een videoband in zijn handen. Hij stelt zich voor als Bart. Ik schat hem dik in de vijftig. hij heeft prachtig zilvergrijs haar, dat met een lok over zijn voorhoofd valt. ‘Ik hoor dat jullie muziek gaan luisteren?’ vraag ik. ‘Ja, dit is een muziekfilm,’ zegt Bart. Ik zie een heel jonge Hugh Grant, die Chopin speelt. In de film zitten natuurlijk mooie muziekfragmenten, maar het verhaal draait vooral om relatieperikelen tussen Chopin en Georges Sand – intriges, list en bedrog, jaloezie en complexe gevoelens die onderhuids broeien bepalen de sfeer. Het is een al oudere, typisch Engelse acteursfilm – een genot om naar te kijken. maar voor dit huiskamerpubliek?

Na een minuut of tien, stapt een bewoner mompelend op. Hij verlaat de kamer en zal niet meer terugkomen. mijn moeder en Joop blijven zitten. Zwijgend en uitdrukkingsloos staren ze naar de televisie. Ze lachen niet als het grappig is, ze bewegen niet als het spannend wordt, ze geven geen teken van instemming en evenmin van irritatie. als Bart vraagt of ze de ondertitels wel kunnen lezen, zegt Joop: ‘Ja, ik heb toch mijn bril op!’ In mezelf denk ik dat ‘lezen’ niet betekent dat ze het verhaal met alle verwikkelingen ook begrijpen, en vraag me af of het ze echt aanspreekt. Eigenlijk heb ik het gevoel dat het compleet langs ze heen gaat.

Halverwege de film vraag ik aan mijn moeder of ze de muziek mooi vindt. ‘Ja hoor,’ zegt ze. ‘mooie muziek ja, mooie muziek,’ herhaalt Joop zachtjes. Joop is vanmiddag heel stil. Ik zie hem vaker. Hij is meestal heel druk. Druk aan het bewegen, heen en weer lopen, en druk aan het praten – alles wat hij zegt wordt minstens drie keer achtereen op hoge toon herhaald. Nu zwijgt hij. het lijkt alsof hij rechtop in zijn stoel met open ogen zit te slapen.

Na afloop van de film zegt Bart: ‘Nu ben ik aan de beurt.’ Hij pakt zijn gitaar, en begint met een mooie, diepe stem Engelstalige jazzy ballads te zingen. Af en toe zoekt hij oogcontact, maar noch Joop, noch mijn moeder geeft enige reactie. Ik vind het sneu voor hem, en vraag mijn moeder of ze nog een leuk liedje van vroeger weet. ‘Nou, dan moet ik even denken, hoor.’ Ze valt weer stil. Bart speelt ‘daar komt de orgelman’ en dan gebeurt er iets. Zachtjes zingt ze dat ene zinnetje en neuriet mee op de melodie. Ik verzin nog meer oude liedjes, maar zij herkent ze niet, al weet ik nog zo zeker dat ze ze vroeger uit haar hoofd kende. Zijn die liedjes, net als veel andere herinneringen, voorgoed verdwenen door haar psychofarmaca aangetaste geheugen? Ik word er een beetje treurig van. Dan speelt Bart ‘Louise zit niet op je nagels te bijten! Bah, wat vies, Louise!’ en ineens klinkt de stem van mijn moeder hardop en helder. Ik kijk verbaasd en blij hoe ze meezingt. Het is vervreemdend om te zien dat haar gezicht niet ‘meedoet’. Ze zingt, maar haar mondhoeken gaan niet omhoog, haar ogen knijpen niet samen en worden niet zachter van plezier. Haar uitstraling blijft leeg en vlak. Stil en onbeweeglijk zit ze in haar stoel en zingt over de nagelbijtende Louise. Daarna is deze ‘voorstelling’ ook meteen afgelopen. Bart pakt zijn spullen in. mijn moeder staat op, kijkt op haar horloge en vertrekt naar haar vaste stekkie. Ik zeg Bart gedag en volg mijn moeder.

Na een wachttijd van twee jaar kan mijn moeder eindelijk verhuizen naar Beschermd Wonen. het verschil in leefomgeving is in veel opzichten enorm groot.

Het psychiatrisch centrum in een uitgestrekt park wordt ingeruild voor een zorgproject dat ingebouwd is in een nieuwbouwwijkje met eengezinswoningen aan de rand van de stad. Beschermd Wonen ‘Het Hof’ is gehuisvest op de eerste etage van een ruim en licht gebouw, dat smaakvol en gerieflijk in rustige warme kleuren is ingericht. er staan comfortabele stoelen, er hangt kunst aan de muur, er zijn planten (niet van plastic!) en in een van de twee huiskamers wordt zelfs een cavia verzorgd. Zestien bewoners wonen er in twee gangen met elk acht zitslaapkamers, een gang ‘roken’ en een gang ‘niet-roken’. Per gang is een huiskamer waar gezamenlijk wordt gezeten, gegeten, televisie gekeken, enzovoort. De eigen kamers zijn niet al te klein, voorzien van toilet en douche, en van een keukenhoekje waar koffie en thee gezet kan worden. Tussen de gangen ligt een half overkapt terras waar je beschut buiten kunt zitten. En dan het personeel: bijna iedereen hier is aardig, respectvol, attent, geduldig! Ze zijn weliswaar lager opgeleid dan collega’s in de psychiatrische instelling – bij Beschermd Wonen gaat het om verzorging en begeleiding (mbo-niveau), voor behandeling zoals de psychiatrische ziekenhuizen bieden is hbo vereist – maar ze kiezen bewust en gemotiveerd voor het werken met deze chronische patiënten. Kortom, mijn moeder is uit het afvoerputje!

Het Hof werkt vanuit de ‘rehabiliteitsgedachte’. Bij kennismaking legt het afdelingshoofd uit wat dit inhoudt: ‘er wordt zoveel mogelijk appèl gedaan op zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid, vanuit de gedachte dat ‘chronisch psychiatrisch ziek zijn’ niet betekent dat je niks meer kunt. mensen zijn niet alleen maar ziek. Ze worden serieus genomen en wat ze zelf kunnen laten we ze zelf doen.’ het spreekt mij aan.

De blogs van Elzie zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl 

 

 

 

Overige blogberichten