home > blog > Overgave

Overgave

Op mijn vierentwintigste wist ik het niet meer. Mijn moeder, die aan schizofrenie leed, was dood. Dat was een opluchting. (Ha! Vertel dat maar eens aan iemand. Welke reactie denk je dat je dan krijgt?) Mijn relatie was uit, ik woonde alleen en ik was sinds de dood van mijn moeder overal bang voor. Ik durfde niet meer in een café te komen, wat ik een paar jaar daarvoor het allerleukste tijdverdrijf had gevonden. Potje poolen in een groezelig bruin café en dan iedereen van de tafel spelen. Niet dat ik nou zo goed was in poolen, maar mijn tegenstanders dronken meer dan ik. En de regel die daar gold was: wie wint, blijft staan. De ene man na de andere werkte ik zo af, avond aan avond, poeh, eindelijk eens een plek waar ik de mannen de baas was.

Maar dat durfde ik dus niet meer. Naar de film ook niet. In de bus was een bezoeking. Ik moest weleens, en de paniek lag altijd op de loer als ik ergens niet snel uit kon. Je moet contact maken, het delen, had ik in therapie geleerd. Jawel, als ik dat probeerde, waren mensen me al snel zat. Zulk leuk gezelschap was ik niet.

Obsessieve zwartkijker die het alleen maar over zichzelf kan hebben. Het oordeel stond op mijn voorhoofd geschreven en weerspiegelde in hun ogen. Alleen zijn was minder erg.

Deze periode noem ik mijn kluizenaarsjaren. Achteraf gezien was ik bij tijd en wijle depressief. En tussen de depressies door huilde en schreeuwde ik en trapte bokszakken in elkaar om mijn woede te kanaliseren. In mijn beste jaren, potdorie! Nu mijn haar grijst en ik aan opvliegers lijd, ben ik wél gelukkig. Had ik toen maar geweten dat het ooit goed zou komen.

En toen ik het niet meer wist, kwam er een moment waarop ik me overgaf. Ik stond huilend, wanhopig midden in mijn huiskamer, spreidde mijn armen en fluisterde: ‘Oké, zo is het dus. En wat nu?’ Ik geloofde niet in God of zo, maar het leek toch alsof ik tegen een onzichtbare aanwezigheid sprak. En wonderbaarlijk genoeg voelde ik me ineens heel rustig. Het is een moment van ommekeer geweest, het opgeven van mijn verzet. Nee, ik ben niet in God gaan geloven, alhoewel dat ook heel goed had gekund. Ik ben gaan begrijpen dat het verzet zelf meer pijn doet dan de oorspronkelijke pijn waartegen het verzet gericht was. Daarna heb ik overigens nog vele malen opnieuw het verzet moeten staken. Maar als je het kunstje eenmaal kent, wordt het minder angstig.

Ik deed het grotendeels alleen. Ik heb er kluizenaarsjaren voor nodig gehad en depressies. Een rottijd. Gelukkig is dat alles wel ergens goed voor geweest: nu nodig ik anderen met een KOPP-achtergrond uit om hun verzet te staken en te kijken wat er daarachter tevoorschijn komt. Tot mijn verwondering kómen er steeds weer klanten en zijn ze bijna altijd blij met mijn begeleiding. Als ik mij destijds niet had overgegeven, had ik die kans nooit gehad. Ik weet dat het zoet klinkt (jèchhh), maar ik voel me dankbaar

Kassandra Goddijn
29-10-2015

Kassandra  was acht jaar lang medewerker bij Labyrint-In Perspectief en heeft haar eigen coachingpraktijk voor volwassen KOPP, www.koppcoaching.nl.

 

Overige blogberichten