home > blog > Participatiesamenleving

Participatiesamenleving

Onze nieuwe Koning had bij het voorlezen van zijn eerste troonrede de primeur van het Woord van 2013: de participatiesamenleving. Sindsdien geeft iedereen er zijn eigen invulling aan. Het is dan ook een woord dat bij de politiek vandaan komt. Politici hebben er belang bij dat zij met hun woordgebruik alle kanten op kunnen, want zeggen wat je echt denkt kost over het algemeen kiezers.

Participatiesamenleving dus. Participeren betekent deelnemen. Het gaat dus kennelijk om een samenleving waar mensen aan meedoen. Je kunt je hierbij afvragen of het mogelijk is om niet mee te doen. Ook al zou je dat nog zo graag willen. Want de samenleving is altijd om je heen, ook al spreek je niemand. Op moment dat je een been buiten de deur zet dan doe je al mee aan de samenleving, al was het maar dat je uit moet kijken dat je niet door een andere deelnemer van de sokken wordt gereden.

Ook binnen de muren van je huis ben je niet veilig voor de samenleving. Tenzij je je zelf afsluit van iedere vorm van informatievoorziening. Geen krant leest, niet naar de radio luistert en geen televisie kijkt. Je moet dan ook nog de gordijnen dicht doen, want voor je het weet komt er weer een of andere participant langs.

Het kabinet bedoelt dus ongetwijfeld iets anders. Participeren in de samenleving betekent eigenlijk: Bemoeizorg. Maak je druk over je buurt en buren, bemoei je ermee. Niet alleen door over hen te klagen en te roddelen, maar ook om te voorkomen dat ze verkommeren. Doe de boodschappen voor je zieke buurvrouw, drink eens koffie met je psychiatrische buurman en leg eens een kaartje bij dat echtpaar zonder kinderen dat niet meer uit de voeten kan. En hou ze een beetje in de gaten, opdat ze niet tien jaar lang dood op bed liggen.

Mensen zijn sociale dieren, zeggen ze. Dieren die in groepen – kuddes – leven, zorgen voor elkaar. Bij mensen gaat dat toch moeizamer, want waarom moet de regering ons anders oproepen om ‘te participeren’ in de samenleving? Voor het antwoord op deze vraag moeten we terug naar het begin, naar de Bijbel, waar Kain zich afvraagt of hij zijn broeders hoeder wel is. Kijk jezelf aan in de spiegel en waan je even Kain, overdenk de consequenties van je antwoord. Prettige feestdagen!

 Janah, 19 december 2013

Overige blogberichten