home > blog > Rehabiliteren

Rehabiliteren

 

Als ik op bezoek kom, staat haar kamerdeur open. Het halletje is donker. Uit de openstaande deur van de badkamer komt een vage urinegeur. Naast de badkamerdeur staan twee grote plastic containers: een afvalbak en een wasmand. Allebei in gebruik en met het deksel omhoog. Misschien ruik ik natte luiers? Tegenover de badkamer op het kleine aanrechtblad staan naast de waterkoker een paar vuile kopjes en gele plastic bekertjes met ondefinieerbare vloeistof – sap? Er liggen gebruikte theezakjes en een viezig doekje.

‘Hoi mam.’ Geen antwoord. Ik kijk naar binnen. ondanks dat enkele schemerlampjes branden is de kamer halfduister door de luxaflex die permanent gesloten blijft. Rechts om de hoek staat een kledingkast, met de drie deuren open en zicht op al haar kleren en andere spullen. op twee stoelen bij de kleine tafel liggen drie steunkousen en een vleeskleurig lapje. Over de leeslamp naast de tafel hangt een nachthemd en een onderhemd met een kanten randje. Op tafel een crèmekleurig kleedje met uitgedroogde gelige vlekken (thee?) dat vol kruimels ligt. nog een vies doekje. Tegen de andere muur van de kamer staat het extra hoge seniorenbed.

Het dekbed is opengeslagen, haar pyjama keurig gerangschikt met de broekspijpen omlaag en het jasje erboven – alsof ze er zelf in ligt. Onder de pyjama een incontinentiematje. Geen geur hier gelukkig. Ik herinner me dat ze vroeger, toen ze nog op zichzelf woonde, die matjes over de balkonrand te drogen hing om geld uit te sparen.

 Ik ga terug naar de gang en loop naar de huiskamer. daar staat ze in de keuken, met Martin, haar persoonlijk begeleider. Ze draagt een gebreide trui die ooit leuk was – drie tinten blauw in een Noors aandoend motiefje – maar die nu slobberig om haar heen hangt. Net als de trui verliest zij zelf ook steeds meer model. Ze kromt en krimpt van boven en dijt van onder uit – de luiers maken het niet beter natuurlijk. De lichtgrijze broek kleurt niet bij haar trui, en ik zie uitgebeten wittige vlekken op het zwarte suède van haar schoenen. Bovendien moet ze nodig naar de kapper. Haar dikke donkergrijze haar zit slordig en valt over haar bril, over haar oren, in haar ogen.

 Ze ziet me aankomen: ‘Hé, daar is Elzie, dat vind ik leuk.’ Ik geef haar een kus op de wang. ‘Wist je dat ik kwam?’ vraag ik. ‘Martin had het net verteld,’ ze kijkt hem verwachtingsvol aan, alsof hij het gesprek moet voortzetten. ‘Waarom zit u zo naar mij te kijken? ‘U heeft bezoek,’ zegt hij. ‘Ja ja,’ ze werpt een snelle blik op mij, en richt zich weer naar hem. ‘Wilt u zich niet even met uw dochter op uw kamer terugtrekken?’ ‘Ja ja,’ maar ze blijft aan de grond genageld staan. ‘nou dan?! Dan moet u niet hier blijven staan!’ ‘Ik heb geen thee,’ daar komt de aap uit de mouw. ‘mag ik een theezakje?’ Vreemd, ik had haar de vorige keer een doos thee gegeven, dat kan nog niet op zijn. ‘Natuurlijk mag u dat,’ zegt Martin. Nu ziet mijnmoeder haar kans schoon. ‘Of twee?’ zegt ze lief. Terwijl Martin in de keukenkast zoekt, trekt ze een ondeugend gezicht naar mij, ‘of drie?’ en glimt van plezier om haar slimmigheid. Martin zucht en speelt verontwaardiging, maar geeft haar drie theezakjes. En een kommetje suiker. We gaan theedrinken op haar kamer.

Later komt Jannie langs, op zoek naar een sigarettenkoker die ze ergens heeft laten liggen. mijn moeder klampt haar aan: ‘Elzie zegt dat het kleedje in de was moet,’ het klinkt vragend en onzeker, ‘maar ik heb toch al heel hard gewerkt? Vanochtend?’ ‘Ja,’ zegt Jannie, ‘heel hard. U hebt veel gedaan. Veel verschillende dingen. Te veel eigenlijk, want u doet ze allemaal tegelijk.’ ‘Ja nee hoor,’ verdedigt ze zich. Dat verklaart alle rommel en de open kasten. Ze is aan het werk, aan het opruimen eigenlijk. overal tegelijk mee bezig en niks gedaan krijgen – althans niet in de ogen van ‘gezonde’, op efficiency gerichte mensen zoals ik. Het tekent de werkwijze van Het Hof dat er niet onmiddellijk wordt ingegrepen, maar Jannie pakt het wel handig aan. Ze vraagt: ‘Vindt u niet dat Elzie gelijk heeft? Over dat kleedje?’

 Mijn moeder kijkt naar de tafel, wrijft over de kruimels, maar de vlekken blijven. ‘Mmja…’ aarzelt ze. ‘Zullen we dat dan maar in de was doen? en dan help ik u straks ook om de spullen weer in de kasten te leggen, goed? Dan gaan we het samen weer gezellig maken hier.’ Mijn moeder kijkt de kamer rond en knikt. Jannie geeft mij een knipoog en ik begrijp het nu. Mijn irritatie over de vuile en rommelige janboel ebt weg en maakt plaats voor een  gerustgesteld gevoel. Immers, wat zou beter en fijner voor mijn moeder zijn: zonder eigen verantwoordelijkheid stil zitten vegeteren in een keurig opgeruimde grote instelling waar alle zorg door de medewerkers wordt verricht, óf de voldoening hebben dat jezelf nog iets aan je huishouden doet ook al krijg je het niet 100% goed voor elkaar?

De blogs van Elzie zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl

 

 

 

 

 

Overige blogberichten