home > blog > Susan

Susan

Een moeder over zorgen en mijden

Susans zoon Alexander is 26 jaar. Na een gedwongen opname in augustus 2008, woont hij sinds november van dat jaar in een psychiatrische voorziening.

Vakantie

Met vakantie gaan is iets om naar uit te zien, maar bij ons sinds jaren ook verre van onbekommerd. Tot 2006 lukte het om het samen met ons gezin te doen; we hebben veel gefietst en mooie dingen gezien en we zijn weer thuis gekomen. Alleen de onderlinge relaties zaten muurvast en de spanning was groot.

Sindsdien is vakantie voor Alexander een lonkend perspectief. Met zijn ouders meegaan? Geen sprake van. Leeftijdgenoten doen dat immers ook niet meer. Dat bracht een nieuw dilemma met zich mee. Alexander alleen thuis laten met Myrthe (zijn zus) was geen optie. Veel te ingewikkeld. Te veel ruis omdat Alexander haar leventje met afgunst gadeslaat. Hij reageert de ene keer bozig op haar, dan weer probeert hij haar met paaigedrag gunstig te stemmen. Allemaal invoelbaar, ik kijk er met pijn in het hart naar. Alexander was (en is) geen gewone jongvolwassene, zoals zijn zus. Hij is alleen en niet bij machte dat te veranderen.

Twee jaar vulden we onze vakantie in door thuis leuke dingen te doen. En enkele dagen erop uit te trekken. Vorig jaar – Myrthe woonde niet meer thuis – zijn we drie weken met vakantie in Nederland geweest, zodat we in geval van nood weer snel thuis konden zijn. We hielden contact met onze mobieltjes, sinds Alexander ziek is voor mij de uitvinding van de eeuw! Thuisgekomen, Alexander verbleef daar tijdens onze afwezigheid, troffen we een wat vervuild huis aan. Maar de planten waren verzorgd en er was niets mis gegaan. En onze accu’s waren weer gevuld; we konden weer tegen een stootje.

Alexander wilde in het afgelopen jaar wel twee dagen met Cees, zijn vader, op stap. Ze reisden af naar het oosten van het land, met een bezoek aan een sauna incluis. Ik ben prima voor een terrasbezoekje. Maar een week naar een mooi eiland met veel zon en water, dat doe je met een vriend, niet met je moeder. Mijn tegenwerping dat, zolang er geen vriend is, moeder toch ook aangenaam gezelschap kan zijn, legt geen gewicht in de schaal.

Onlangs kwam Alexander met een stapel reisbrochures thuis. Hij wilde diezelfde dag nog een weekje naar Spanje plannen. De schrik sloeg me om het hart toen hij via de e-mail het uitgekozen appartement reserveerde. Ik zei hem terloops wat er zoal komt kijken bij het boeken van een reis. Dat hij voor de betaling een creditkaart nodig heeft. ‘Dan doe ik het morgen met Cees’. Als bewindvoerder kan Cees voor de betaling zorgen en voor de punten op de i. In de naweeën van deze gebeurtenis – die zich, met andere bestemmingen, nog twee keer herhaalde – kwam ik erachter dat hij heel wat afreist, maar allemaal in zijn hoofd. En dat het ook niet de bedoeling is dat het ervan komt. Tot en met de brochures en de websites is alles werkelijkheid. Ik ontdek dat hij deze initiatieven ontplooit op momenten dat een bevriende leeftijdgenoot of Myrthe een reisje hebben gepland. Door net te doen of hij ook gaat, houdt hij het beeld in stand dat lijkt op dat van een ‘gewone’ jongeman. Door te doen of hij gaat hoeft hij het niet te hebben over wat zo ingewikkeld is. Hij gaat immers. Waardoor vakantie voor hem vooralsnog iets blijft om van te dromen.

Cees en ik gaan met vakantie. Nog niet onbekommerd, maar ervan genieten lukt weer.

 

8 mei 2014

Overige blogberichten