home > blog > Susan

Susan

De sleutel

Susans zoon Alexander is 26 jaar. Na een gedwongen opname in augustus 2008, woont hij sinds november van dat jaar in een psychiatrische voorziening.

Mijn leven met Alexander gaat vooral over onvermogen en niet weten. Ook in de gesprekken tussen Cees (mijn partner) en mij over de zorg voor Alexander. Als hij voorvoelde dat we dingen van hem gedaan wilden krijgen, ging hij contact uit de weg. Cees reageerde daarop door geen eisen meer te stellen en meer zijn mond te houden. Ik probeerde het nog wel maar zei de dingen afwijzender dan ik me voornam; ik was de juiste toon kwijt.

De laatste drie jaar spitst de discussie tussen Cees, mij en hulpverleners zich toe op de vraag of hij de sleutel van ons huis moet inleveren. Deze kwam op toen Alexander in 2007 verhuisde naar wat het trainingshuis heette – jonge mensen verblijven daar tijdelijk om onder begeleiding voor zichzelf te leren zorgen. Het trainingshuis was zeker niet zijn idee. Wij – ouders, vrienden en hulpverleners, ieder op eigen wijze – hadden hem met vereende krachten weten te overtuigen en te motiveren. Hij wist dat het niet de bedoeling was om vaak thuis te komen, maar kwam, mét zijn eigen sleutel, na twee maanden toch weer meer en langer weer bij ons bivakkeren. Cees en ik werken beiden en ons huis bood de mogelijkheid om stilletjes naar binnen te sluipen en zich schuil te houden. Steeds vaker belde de begeleiding met de vraag of Alexander bij ons was. En steeds vaker onttrok hij zich aan iedere zorg en aan afspraken met medebewoners. Zeggen dat dit niet bedoeling was, hem terugsturen en motiveren, het hielp niet.

Het innemen van de sleutel werd toen geopperd. Dat gebeurde niet omdat wij en de psychiater vonden dat de aanpak via het trainingshuis niet werkte en mislukt was.

Toen het halfjaar erop zat – Alexander zijn tijd had uitgezeten, zo voelde hij dat – kwam hij januari 2008 gewoon weer thuis, tot de gedwongen opname in augustus van dat jaar. Aansluitend ging Alexander in het najaar van de kliniek naar een psychiatrische tussenvoorziening. De huissleutel kwam opnieuw ter sprake.

Cees, die al langer pleitte voor het innemen van de sleutel – ook in het belang van ons en Myrthe (onze dochter) – liet zich toch ook overtuigen van de noodzaak deze maatregel in te bedden in een bredere aanpak. Alleen de sleutel innemen zou zeker als straf worden uitgelegd. Je neemt hem z’n veilige plek af en het ondermijnt zijn gevoel van eigenwaarde nog verder. Daar tegenover staat dat het innemen van de sleutel misschien leidt tot een werkbaar contact met de hulpverlening en acceptatie van begeleiding. Verschil in visie hierop liep trouwens niet langs de scheidslijn ouders – hulpverleners. Ieder voelde aan dat het al lang niet meer ging over de sleutel van ons huis.

Actieve bemoeienis richting dagbesteding en het trekken van duidelijke grenzen, eensgezind uit te voeren door ons als ouders en de hulpverlening, daarop zetten we in. Van sleutel om de deur te openen, zijn we terecht gekomen bij de sleutel waarmee we ‘iets kunnen ontcijferen, aan de weet komen, en ten uitvoer brengen’ (uit: Wolters’ Woordenboek).

Het gesprek over de sleutel tussen Cees en mij en tussen ons en de hulpverleners werd een gesprek over herstel van contact en vertrouwen, en over het vinden van de juiste sleutel om dat voor elkaar te krijgen. Het maken van duidelijke afspraken over wanneer hij welkom is en over de huissleutel horen daarbij. Daar teken ik voor.

9 januari 2014

 

 

Overige blogberichten