home > blog > Wauw!

Wauw!

‘Hallo,’ antwoordt ze met heldere stem als ik aangeklopt heb en haar kamer binnen stap. Haar gezicht staat net zo monter als haar stem klinkt. De volgende verrassing is dat ze aan tafel kerstkaarten zit te schrijven. Geconcentreerd voorovergebogen kriebelt ze de kaarten vol in een ouderwets handschrift. ‘Ja, ik ben al hard bezig,’ ze kijkt me tevreden aan. De afgelopen vier jaren stuurde ze alleen kaarten als ik alle benodigdheden meenam en haar voorkauwde wie en wat ze kon schrijven. Nu zit ze hier op eigen initiatief haar kerstwensen te formuleren. Ze had me ook al vooraf opgebeld om te vertellen dat ik alleen postzegels hoefde te kopen en geen kaarten, want bij het opruimen van een kastje was ze namelijk een doosje kerstkaarten tegengekomen. Dat ze had stilgestaan bij wat ik zou (moeten) doen! Zo attent had ik haar in geen jaren meegemaakt. En nu heeft ze alle adressen al op de enveloppen geschreven en is bezig met de beste wensen aan haar broers en zussen. Wauw.

Ze maakt thee. Ze vraagt me niet of ik suiker wil, ze weet vandaag uit zichzelf dat het niet zo is. En ze geeft me – ook uit zichzelf – een beker, waar ik liever uit drink dan een kopje. Haar kamer is schoon en opgeruimd. Geen open kastdeuren vandaag, geen openstaande wasmand of vuilnisbak, geen losse kledingstukken over de stoelleuning, geen opengeslagen beddengoed met uitzicht op de onderlegger tegen urinelekkage. Wel een bloemetje op tafel, narcissen nog in knop, en een nieuw plantje. ‘ Het ziet er gezellig uit, mam,’ zeg ik. Ze vertelt vrolijk dat ze vanochtend toen het zonnetje scheen al naar het tuincentrum was gelopen om een plantje te kopen – een bloeiende lidcactus is het, legt ze uit. ‘Ging je alleen?’ vraag ik verbaasd, want ook dat is zo lang geleden. ‘Ja, alleen!’ zegt ze trots.

Nog mooier wordt het als blijkt dat ze nu zelf wat geld in haar portemonnee beheert. Geld was een raadsel voor haar geworden sinds de invoering van de euro, die ongeveer tegelijk kwam met mijn moeders definitieve psychische instorting en de opgave van haar zelfstandigheid. Ze had nooit meer zelf iets durven betalen. Maar nu pakt ze haar portemonnee, laat me de inhoud zien en zegt dat ze me iets wil geven omdat ik onlangs jarig ben geweest. Vijftien gulden. O nee, vijftien euro. Ik mag het er zelf uithalen. ook ongekend de laatste jaren, een cadeautje van haar aan mij. Wauw wauw.

Even later komen tante Alie en haar man op de thee. De bijzonderheden van deze middag zijn nog niet over. Mijn moeder vertelt haar zus en zwager dat ik zo veel voor haar doe en dat ze zo´n geweldige dochter aan mij heeft – niet alleen omdat ik vanmiddag van alles voor haar had meegenomen (behalve postzegels ook een waterkoker, een haarföhn, een minikerstboompje met lichtjes erin) maar sowieso. Wauw wauw wauw. Ik weet niet wat ik hoor. Nooit komt er meer dan een plichtmatig dankjewel uit haar mond. Waardering uitspreken en complimentjes geven zit niet in onze familiecultuur.

Terwijl mijn moeder met het bezoek thee drinkt, ga ik even naar ‘kantoor’ om geld af te geven. Daar spreek ik Jannie, een van de vaste begeleiders die mijn moeder vanaf het begin op Het Hof heeft meegemaakt. Ook zij is blij verrast met de opleving. Ik krijg te horen dat mijn moeder floreert bij de individuele aandacht van de stagiaires die er deze herfst zijn, dat ze vrolijk is en grapjes maakt, aardig is voor andere bewoners, dat ze initiatief en zelfstandigheid toont, en zelfs durft te zeggen wat haar niet bevalt. Zo goed is het in jaren niet meer geweest.

Bij zoveel positiefs zou je bijna in de verleiding komen om te geloven dat ze ‘psychiatrisch’ niets meer mankeert. Okee, ze heeft de antipsychotische medicijnen nodig en een geheel zelfstandig leven is waarschijnlijk te hoog gegrepen, maar de levendige initiatiefrijke vrouw die mijn moeder deze middag is kan er best mee door. Zou het niet geweldig zijn als ze zo blijft?

Het zou zeker fantastisch zijn, maar diep van binnen weet ik wel dat zoiets niet reëel is. Waarschijnlijk wordt deze opleving ingegeven door een optelsom van de rust die de medicijnen haar geven, de sterke opluchting die ze ervaart nu ze af is van de onveilige omgeving vol dementerenden en terug is op haar eigen vertrouwde kamer, en daarbovenop nog de aandacht die ze nu krijgt (extra prettig met alle stagiaires). Over een poosje verdwijnt de opluchting om plaats te maken voor de dagelijkse routine van het hof, gaan de stagiaires terug naar school, zullen zich nieuwe pijntjes en gezondheidsproblemen aandienen, zal ze zich weer storen aan het roken van de andere bewoners, aan weinig bezoek krijgen, en wat al niet.

Deze actieve, vrolijke moeder zal niet blijven, maar voor vandaag ben ik blij. Blij voor haar en blij voor mij.

Dit is de laatste blog van  Elzie. Haar verhalen zijn eerder gepubliceerd als columns in het blad van  de stichting Labyrint~In Perspectief en daarna door de stichting uitgegeven als ‘Elziebundel’. Deze bundel is nog steeds verkrijgbaar, neem contact op met ons  secretariaat@labyrint-in-perspectief.nl

 

 

 

Overige blogberichten