home > boek > Het misverstand psychotherapie

Het misverstand psychotherapie

Het misverstand psychotherapie
door F.J. van Oenen (Boom, 2019)

Kan de moderne psychotherapie mensen veranderen, stoornissen verhelpen en lijden doen verdwijnen? Van Oenen toont met veel wetenschappelijke duiding aan dat dit een mythe is. Hij gaat zelfs verder door te stellen dat “het eigen oplossend vermogen van cliënten wordt aangetast door de suggestie dat hun problemen opgelost zullen worden zodra zij in therapie gaan; hierdoor worden zij voortdurend in een verlammende wachtstand gezet”. “Cliënten die op een wachtlijst voor therapie staan vertonen minder spontaan herstel dan mensen met vergelijkbare problematiek die niet op een wachtlijst staan”.

Cliënten schakelen hun eigen oplossingsmechanismen uit in afwachting van de therapie.
Daar staat tegenover dat mensen die hulp zoeken beter af zijn dan mensen die dat niet doen maar het is volgens hem zeer de vraag of dat komt door de therapie dan wel door aandacht óf het feit dat mensen in beweging zijn gekomen. Ook speelt het placebo-effect een rol. Hij omschrijft therapie dan ook als een “ritueel van hoop en verwachting”

In lijn met mensen als De Wachter en Denys gaat het minder om oplossen en meer om leren verdragen van de problemen waardoor de situatie kan veranderen. Dat “helpen verdragen” is echter niet expliciet het domein van de therapeut; de buurman, of naaste (sic) kan hierin een grote rol spelen. Het gaat veeleer over aansluiting vinden, verbinding maken.

En pas verderop in het boek, in de paragraaf “Deuren en ramen open”, waarin hij betoogt dat therapeuten, om een realistisch beeld te krijgen meer naar buiten moeten kijken, stelt hij dat “het noodzakelijk is dat de naasten van cliënten veel meer betrokken worden bij behandelingen…. waardoor zij zelf kunnen ervaren welke factoren bij slagen of falen een rol spelen”.
Maar dan moeten cliënten wel hiertoe bereid zijn en naasten bereid om te investeren in het welzijn van hun dierbaren. Helaas gooien de privacy en autonomie vaak roet in het eten.
“De tijd is nu dus rijp om therapie tot een minder individualistisch en meer gezamenlijk proces te maken”, een zeer terechte conclusie maar…wisten we dat niet al lang?

Concluderend: een waardevol boek om de hegemonie van de psychotherapie te doorbreken op basis van talloze wetenschappelijke benaderingen.
Maar het is een grotendeels gemiste kans om het systeemdenken, dus de rol van de omgeving, familie, naasten enzovoort, een prominente plaats binnen de GGZ te geven.

Hein van der Hulst

Overige boekbesprekingen