home > blog > KOPP-blog: topsport

KOPP-blog: topsport

Opgegroeid zijn met een ouder met psychische problematiek, dat is één ding. En niet zo’n klein dingetje ook. Het kan je zo boos en bang en afkerig maken dat je – zodra je ook maar half de kans krijgt – het ouderlijk huis uit rent om er nooit meer terug te komen. Liefst ook nog zo ver mogelijk, emigreren is het beste. Mijn broer bijvoorbeeld woont sinds zijn zeventiende in Amerika. Ik gaf hem geen ongelijk destijds. Zelf vluchtte ik ook halsoverkop toen ik amper zestien was. Ik vertrok uit een huis waar de stress en angst bijna tastbaar waren. Ik ging op mezelf wonen en kreeg daarmee mijn eigen moeder op mijn bord. In het gezin met mijn stiefmoeder was zij – begrijpelijkerwijs – niet welkom, maar zodra ik op kamers ging zag zij haar kans schoon. Te pas en te onpas stond ze bij mij op de stoep, of erger: ze verschafte zich toegang tot mijn kamer. Hoe ze het voor elkaar kreeg was mij een raadsel, de deur was netjes op slot. Maar gewone natuurwetten leken voor mijn moeder niet te gelden. Zij kreeg altijd van alles voor elkaar wat voor een normaal mens niet is weggelegd. Als haar meest schilderachtige wapenfeit geldt wel dat ze ooit, voor mijn geboorte, een trein liet stoppen in ons dorpje, waar geen station was. Ze kreeg de machinist zover dat die haar er even uit liet.
Of het nou kwam omdat hij van die enge schizofrene vrouw af wilde zijn of dat hij zich liet overhalen door haar charmante persoonlijkheid, vertelt het verhaal niet. En ik kan het niet beoordelen. Ik heb mijn moeder helaas alleen maar gekend als gênant irritant en beangstigend gestoord. Maar ooit was zij de frisse jonge vrouw op wie mijn vader verliefd werd.
Naarmate zij ouder werd, werd mijn moeder steeds onaangepaster en in haar laatste jaren zwierf ze vaak op straat met een brommer die ze moest voortduwen – hij reed nooit uit zichzelf. Er hingen honderd plastic tassen met troep aan die brommer, en altijd was er een rieten mandje met een konijn erin.
En dat zooitje ongeregeld kwam dan bij mij logeren. Bij een zestienjarige die op kamers woonde in een morsig studentenhuis. Soms had ze ook nog een dito meneer bij zich die ze ergens was tegengekomen. Zo’n meneer die de dochter er bij nader inzien lekkerder vond uitzien dan de moeder. Hoe loopt dat af, denk je vast als lezer. Vooral als je zelf een moeder hebt die niet helemaal spoort en jij je dag in, dag uit uitslooft om haar leven enigszins acceptabel te houden. Haar zaken regelt, haar contactpersoon bent voor de hulpverlening, haar twintig keer per dag aan de telefoon hebt. Dan weet je maar al te goed dat ‘acceptabel’ voor een zestienjarige in die omstandigheden niet tot de mogelijkheden behoort.
Goed, ik zal het maar toegeven. Ik spoorde ook niet erg in die tijd. Vind je ’t gek? Ik zou niet weten hoe ik haar ooit op het rechte pad had moeten krijgen, maar ik had het geluk dat mijn moeder dood ging. Ik slaakte een – uiteraard geheel onbegrepen – zucht van verlichting. Ik was 21 en ik kon het boek van het leven van en met mijn moeder sluiten. Ik kon de balans gaan opmaken en tot mijn grote verbazing stortte ik daar in een diepe rouw, rouw over haar leven en mijn gemis. Daarna kon ik vaardigheden gaan ontwikkelen om emotioneel voor mezelf te gaan zorgen. Dat alles kon ik doen omdat zij er niet meer was. Ik ben inmiddels dertig jaar verder en ik werk er nog steeds aan, het is nooit klaar.
Opgegroeid zijn met een ouder met psychische problematiek, dat is één ding. Je tot diezelfde ouder verhouden als je eenmaal volwassen bent, dat is uitdaging nummer twee. Al die KOPP’ers van wie de ouder(s) nog wél in leven zijn, die zich verantwoordelijk voelen, daadwerkelijk de verantwoordelijkheid dragen en alles wat daar tussenin zit… Zij dragen een dubbele last. Ze komen er amper aan toe om de balans op te maken en moeten hun emotionele vaardigheden gaan ontwikkelen tussen alle bedrijven door. Velen hebben zelf een gezin. Een gezin met kleine kinderen combineren met een veeleisende moeder terwijl je zelf niet eens weet hebt van je eigen behoeften, ik geef het je te doen. En weet je wat nou zo gek is? Deze KOPP’ers vinden dat vaak heel gewoon. Ze zijn stomverbaasd als ze burnout raken.
KOPP zijn is meestal zeer ingrijpend. Je moet, eenmaal volwassen, veel harder werken om überhaupt te kunnen functioneren in de maatschappij dan mensen met een meer stabiele achtergrond. Helemaal als je dan ook nog verantwoordelijkheden voor je vader of moeder draagt. Dat is niet zo gewoon als je denkt. Geef jij jezelf daar ooit de credits voor? En ben je vergevingsgezind naar jezelf als je de dingen niet voor elkaar krijgt? Realiseer je dat jouw leven topsport is, al erkent de omgeving dat niet. Weten zij veel? Gelukkig voor hen hebben de meeste mensen er geen sjoege van. Op hun erkenning kun je dan ook beter niet wachten. Erken jezelf!

Kassandra Goddijn

Overige blogberichten