home > boek > Ver heen

Ver heen

door P.C. Kuiper
(SDU uitgeverij 1988)

In deze klassieker beschrijft een hoogleraar psychiatrie, die zelf bekende leerboeken over zijn vak schreef, zijn eigen 3 jaar durende psychotische depressie. Niets menselijks is hem vreemd. Hij schreef dit boek om duidelijk te maken wat een psychische ziekte betekent voor je partner, vrienden en naasten. Het vormt een enorme belasting om met iemand om te gaan die aan een depressie lijdt. Het lijkt wel of je het nooit goed kunt doen. Ondanks dat heeft zijn vrouw hem in al die jaren maar één keer niet bezocht.

Kuiper vertelt over de blessures die hij als kind heeft opgelopen en die tot de depressie leidden. Hij vertelt over zijn werk, zijn schilderhobby, zijn affiniteit met de homowereld.

Het verhaal over zijn ziekte begint nadat hij is teruggekeerd van vakantie. Hij blijkt een virusinfectie te hebben opgelopen. Slapen en rusten helpt niet. Er is meer aan de hand. Hij is bang om net zoals zijn moeder dement te worden. Hij glijdt af in een depressie. Schrijven, lezen, schilderen: er is niets meer wat hem interesseert. Door toenemende angsten wordt wandelen een kwelling. Zijn bed is de enige plek waar hij zich veilig voelt. De paniekaanvallen nemen toe. Hij weet dat hij opgenomen moet worden.

In de isoleercel krijgt hij de spuit die hij zelf aan anderen voorschreef. Als professor is hij cliënt onder cliënten. Wanneer zijn psychose ernstiger wordt, krijgt hij waanvoorstellingen. Hij krijgt medicatie en therapie. Op zekere dag is hij voldoende ‘genezen’ om weer naar huis te kunnen. Daar gaat hij verder in een schijnwereld waarin hij zich al dood waant. Zijn vrouw, zijn vrienden, zijn psychiater, zijn zij het wel echt?

Kuiper denkt dat de gruwelijke angsten die hij heeft een straf zijn voor begane zonden. Hij heeft het te hoog in de bol gehad en op alle terreinen gefaald. Zijn vrouw heeft hij jammerlijk tekort gedaan. Hij twijfelt of hij dement is of dat hij in de hel leeft.

Er volgt een tweede opname. Bij zijn eerste opname had hij ’s nachts last van schreeuwende patiënten; nu schreeuwt hij zelf anderen wakker. Van zijn behandeld psychiater moet hij stoppen met de angstwerende medicatie. Hij krijgt ontwenningsverschijnselen. De nieuwe medicatie die hij voorgeschreven krijgt is het middel dat hij als psychiater zelf altijd afraadde…

Toch blijkt juist deze medicatie aan te slaan. Hij denkt niet meer dwangmatig, zijn belangstelling en verlangens komen terug. Schilderen neemt een belangrijke plaats in in zijn genezingsproces. Enkele van zijn schilderijen zijn afgebeeld in het boek. Muziek kan hem weer raken. Na jaren mag hij weer auto rijden. Weer thuis blijft hij aanvankelijk het liefst in de buurt van zijn vrouw.

Het evenwicht tussen “normaal” zijn en “psychiatrisch worden” is broos en kan snel verstoord worden. Het kan iedereen overkomen. Kuiper beschrijft hoe hij in het diepst van zijn psychose toch registreerde wanneer familie, vrienden, naasten en verplegenden echt medeleven toonden en dan dacht: ‘dat kan in de hel toch niet bestaan’. De kring om de patiënt heen verdient volgens hem aandacht omdat ook zij lijden. Het herstel van een psychose vraagt veel van een ex-patiënt. In ‘Ver heen’ is Kuiper dan ook dankbaar dat zijn vrouw en zijn vrienden hem daarbij geholpen hebben. Dat maakt dit verhaal tijdloos.

Addy Bakx

Overige boekbesprekingen